Eigen bijdrage voor zorg in 2019

Vrijdag 15 maart 2019

U kent ze vast wel, de verhalen die rond gaan over de (soms hoge) bijdrage die mensen moeten betalen voor zorg. Per 1 januari 2019 is daarin het een en ander gewijzigd. Er wordt nu – op enkele uitzonderingen na – bijvoorbeeld bij de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) niet meer gekeken naar uw inkomen over vermogen.

De langdurige zorg en ondersteuning voor volwassenen is geregeld in drie wetten, afhankelijk van het soort zorg:

##zorg vanuit de Wlz (Wet langdurige zorg);
##ondersteuning vanuit de Wmo (Wet maatschappelijke ondersteuning);
##wijkverpleging vanuit de Zvw (Zorgverzekeringswet).

Vormen van ondersteuning en zorg vanuit de diverse wetten worden vaak hetzelfde genoemd, zoals “verpleging”, “dagbesteding” of “hulp bij het huishouden”. U kunt echter niet zelf kiezen op basis van welke wet u de zorg ontvangt. Dit wordt namelijk bepaald door uw zorgbehoefte.

Over het algemeen is het zo dat mensen die thuis wonen, zelfstandig of in een kleinschalige woonvorm, zorg ontvangen vanuit de Wmo en Zvw. Een indicatie voor Wmo of Zvw is tijdelijk en moet na het aflopen van een bepaalde periode opnieuw worden aangevraagd.

Als de zorgbehoefte zodanig is dat een beroep kan worden gedaan op de Wlz, gaat het vaak om iemand die opgenomen is (of wordt) in een zorginstelling. Een indicatie voor de Wlz is levenslang.

De zorgwetten worden door verschillende instanties geregeld en gefinancierd. Wmo- ondersteuning wordt door de gemeente ingekocht, de wijkverpleging door de zorgverzekeraar en de Wlz-zorg door het zorgkantoor. Er gelden dan ook verschillende eigen bijdrages: de gemeente kan een bijdrage vragen voor Wmo-ondersteuning, voor wijkverpleging hoeft u niet te betalen en voor Wlz-zorg betaalt u een bijdrage die afhankelijk is van uw inkomen en uw vermogen.

Onlangs zijn enkele wijzigingen doorgevoerd. Zo geldt per 1 januari 2019 voor Wmo-ondersteuning een vaste maximale bijdrage van € 17,50 per vier weken. Wat betreft de Wmo wordt dus niet meer gekeken naar iemands inkomen of vermogen. Er zijn wel een paar uitzonderingen:

##de gemeente kan de bijdrage verlagen of op nihil stellen voor bepaalde inwoners;
##alle niet-AOW-gerechtigde meerpersoonshuishoudens betalen geen bijdrage meer voor de Wmo;
##als een huishouden al een bijdrage voor Wlz betaalt, dan betaalt de cliënt geen bijdrage voor Wmo-ondersteuning.


Wat betreft de Wlz zijn er per 1 januari de volgende wijzigingen doorgevoerd:

##de periode waarover het CAK met terugwerkende kracht een eigen bijdrage mag opleggen is verkort, van drie jaar naar één jaar;
##de overgangstermijn van de lage naar de hoge eigen bijdrage is verkort van zes maanden naar vier maanden. Alleenstaanden betaalden eerder bij opname in een verpleeghuis de eerste zes maanden de lage bijdrage en daarna de hoge bijdrage. Nu moet na vier maanden de hoge eigen bijdrage worden betaald;
##de vermogensbijtelling voor de berekening van de eigen bijdrage is verlaagd van 8% naar 4%. Dat betekent dus dat het vermogen minder zwaar meetelt.
##De maximaal verschuldigde bedragen zijn ook aangepast:
##de maximale lage eigen bijdrage was vorig jaar € 850 en is nu € 861,80 per maand;
##de maximale hoge eigen bijdrage was vorig jaar € 2.331,60 en is nu € 2.364,80 per maand.

Via de rekenhulp op de website van CAK zou u een proefberekening kunnen doen om te kijken wat u voor Wlz-zorg zou moeten betalen. In sommige gevallen zijn er omstandigheden die het vermogen en daarmee de zorgbijdrage te verlagen. Bijvoorbeeld door in uw testament vast te leggen dat de kinderen hun erfdeel kunnen opeisen als de langstlevende in een zorginstelling wordt opgenomen, een (belastingvrij) bedrag aan kleinkinderen te legateren of door schenkingen (contant of “op papier”) te doen. Een testament en/of een levenstestament kan daarbij een belangrijke rol spelen.

Wilt u meer weten over het vastleggen van opeisbaarheid van het erfdeel van uw erfgenamen bij opname in een zorginstelling? Bel ons voor het maken van een afspraak.